Stage en Transitie Als school proberen wij de leerling zo goed mogelijk voor te bereiden op het leven na de schoolperiode. De overgang van de schoolse periode naar “het echte leven”, van school naar maatschappij, wordt transitie genoemd. Stage Stage is een belangrijk onderdeel van de transitie. Het doel van de stage is dat de leerlingen zich gaan zich oriënteren op hun mogelijkheden en interesses op het gebied van werk en/of dagbesteding. Daarnaast is stage een middel om te onderzoeken welke vaardigheden een leerling bezit of zich nog eigen moet maken. We onderscheiden interne- en externe stageplaatsen. De interne stages vinden plaats binnen de school en de externe stages bij o.a. een activiteitencentrum of een leerbedrijf. Voor arbeid met loon komen sociale werkvoorziening [een werkplek waar zowel mensen met een lichamelijke- als een verstandelijke handicap kunnen werken] en soms reguliere banen in aanmerking. Bij deze twee laatstgenoemden liggen de eisen voor wat betreft werktempo en bijvoorbeeld de sociale redzaamheid beduidend hoger dan bij dag- of activiteitencentrum. Voor de leerlingen die een vervolgstudie willen en kunnen gaan volgen proberen we een stageproject op te zetten. De leerling kan in principe vanaf de bovenbouw totdat hij de school verlaat, stage lopen. We streven ernaar dat de leerling op 18- jarige leeftijd een geschikte vorm van werk of dagbesteding heeft gevonden. De mogelijkheid blijft bestaan dat leerlingen pas op 20-jarige leeftijd de school verlaten. Voordat de leerling stage gaat lopen is er door de stagebegeleider informatie verzameld die afkomstig is van de leerling, ouders, leerkracht en revalidatieteam. Deze informatie heeft betrekking op de motivatie en vaardigheden van de toekomstige stagiair. De volgende punten komen in een transitiegesprek aan de orde:
Aan de hand van de uitkomsten van het transitiegesprek wordt een stageplaats toegewezen. Het kennismaken van de leerling met zijn stageplek en de stagegever gaat onder begeleiding van de stagebegeleider. Tijdens zo’n eerste gesprek komen o.a. de werkzaamheden en de begeleiding op de werkplek aan de orde. Het kennismaken van de leerling met zijn stageplek en de stagegever gaat onder begeleiding van de stagebegeleider. Voordat de stage kan beginnen wordt door de stagegever, de stagebegeleider en de leerling een stageovereenkomst getekend met daarin een overzicht van verantwoordelijkheden, doelstellingen van de stage, de periode waarin en de dagen waarop stage gelopen zal worden. Ook wordt de begin- en eindtijd van het werk of de dagbesteding afgesproken. De ouders worden ingelicht en zij tekenen de stageovereenkomst mede voor akkoord. Gedurende de gehele stageperiode houdt de stagebegeleider contact met de stagegever, de leerling, de groepsleerkracht en regelmatig ook met de ouders van de stagiair. De stagebegeleider bezoekt meerdere malen het stageadres en bespreekt het verloop van de stage met alle betrokkenen. Van het bezoek wordt een verslag gemaakt. Kopieën hiervan komen in het stagedossier, het schooldossier, bij de leerkracht en natuurlijk bij de leerling zelf terecht. In zo’n verslag kunnen de motivatie en de uitgevoerde handelingen, alsmede de sociale omgang en de kwaliteit van het werk aan bod komen. Wanneer de leerling een aantal stages achter de rug heeft, ontstaat er een duidelijker beeld van wat de stagiair wel en niet kan en waar diens voorkeur ligt. Soms doet de leerling een arbeidsonderzoek bij de sociale werkvoorziening, dit ter ondersteuning van onze eigen bevindingen of om een toewijzing/ afwijzing te krijgen voor de Sociale Werkvoorziening. Ook wordt mede door de school de indicatiestelling verzorgd voor de definitieve uitstroomrichting. Als blijkt dat de leerling voldoende capaciteiten heeft, wordt met medeweten van het UWV een re-integratiebedrijf ingeschakeld voor de toeleiding naar regulier, betaald werk. We proberen uiteindelijk met alle gegevens, voortkomend uit het stagetraject, in overleg met de betrokkenen een eindplaatsing of vervolgopleiding te realiseren. Door een passend stagetraject hopen we voor al onze leerlingen een geschikte vorm van werk, opleiding of dagbesteding te vinden. Rapportage Schriftelijke rapportage aan de ouders/verzorgers met betrekking tot schoolvorderingen vindt tweemaal per jaar plaats: halverwege het schooljaar (omstreeks de voorjaarsvakantie) en aan het eind ervan. Het eerste rapport kan op een ouderavond met de leerkracht besproken worden. Voor de leerlingen komen de vorderingen en de individuele doelstellingen waaraan wordt gewerkt, ter sprake op de jaarlijkse ORAP vergadering (zie ook het hoofdstuk Zorgstructuur). Er wordt voor iedere leerling een handelingsplan/transitieplan geschreven. Dit plan wordt met de ouders besproken en na overeenstemming door de ouders ondertekend. |





