Het VSO is er voor leerlingen met een lichamelijke en/of een meervoudige beperking van 12 t/m 20 jaar en heeft twee afdelingen, te weten VSO-Praktijk (vso-P) en de afdeling VSO-vmbo/havo (vso-T). De leerlingen zijn grotendeels afkomstig van de SO- afdeling van “De Brug”. Binnen de VSO afdeling zijn drie leerroutes te onderscheiden: de afdeling VSO-Praktijk met leerroute 1 en 2 en de afdeling VSO-vmbo/havo met leerroute 3. Afhankelijk van de mogelijkheden van de leerlingen en de te verwachten uitstroom, krijgen leerlingen een plaats in een leerroute. Het hoofdstuk over de VSO-Praktijk bestaat uit de volgende paragrafen:
De opbouw van der Duijn van Maasdamweg 11
3045 PE Rotterdam tel.: 010-89 25 000/ 001 De praktijkafdeling is dichtbij het hoofdgebouw gehuisvest in Park Laag Zestienhoven aan wat voorheen de Xerxesweg werd genoemd. Het gebouw is tijdelijk; naar verwachting zullen we het moeten verlaten in 2013. De nieuwe bestemming is nog niet bekend. De VSO-P staat voor praktijkleren en op deze afdeling werken we aan de persoonlijke ontwikkeling van de leerling door Arbeidstoeleiding en Arbeidsmatige Dagbesteding met de focus op Transitie: wonen-werken-vrijetijd. Praktijkonderwijs algemeen Het onderwijs op de VSO-Praktijk richt zich op het vergroten van de competentie, de autonomie en het positieve identiteitsgevoel van elke leerling. Hierbij staat het geluk van elke leerling voorop. De speerpunten van ons onderwijs zijn wonen, werken en vrije tijd. Het duidelijkst komt dit naar voren bij de theoretische vakken, de praktijkvakken, het stagelopen en de hobbymiddag.Leerroute 1
Deze leerroute is gericht op leerlingen waarvan verwacht wordt dat zij uit zullen stromen naar een dagcentrum /activiteitencentrum met arbeidsmatige activiteiten. De leerlingen maken kennis met verschillende werkgerichte activiteiten. De nadruk richt zich op zelfredzaamheid. In deze leerroute staat structuur en regelmaat centraal. Leerroute 2
Van leerlingen die deze route volgen, wordt verwacht dat zij uitstromen naar arbeid / sociale werkvoorziening. Deze leerroute behelst voornamelijk praktisch gericht onderwijs, veelal thematisch aangeboden.
Dit rondom de thema’s wonen,werken, vrije tijd. In deze leerroute zijn 2 richtingen te onderscheiden: handel en administratie en zorg en welzijn . Er wordt gestreefd naar het behalen van branchegerichte diploma’s of certificaten. Hiermee kunnen de leerlingen uitstromen naar MBO op niveau 1, naar sociale werkvoorziening of naar betaalde arbeid. Binnen de leerroutes onderscheiden we een onderbouw (12-14 jaar), een middenbouw (14-16 jaar) en een bovenbouw ( 16-18 jaar, zo nodig tot maximaal 20 jaar).
In de onderbouw ligt het accent op het individueel verder werken aan cognitieve vakken met als doel een zo hoog mogelijk niveau te behalen. Binnen de theoretische vakken komt steeds meer het accent te liggen op de praktisch inzetbaarheid van de verworven leerstof.
In de middenbouw wordt gestart met de voorbereiding op arbeidstoeleiding door het volgen van interne stages en opdoen van competenties.
In de bovenbouw staat Transitie centraal. Naar mate de leerlingen ouder worden komt het accent steeds meer te liggen op het realiseren van een zinvolle dagbesteding en op het bevorderen van de sociale en praktische zelfredzaamheid
Voor iedere leerling wordt een Individueel Ontwikkelings Perspectief geschreven, waarin staat aangegeven welke (leer en transitie)doelen er voor het betreffende schooljaar worden gesteld gelet op leerroute waarin de leerling is geplaatst. Deze leerdoelen werken toe naar een uitstroomprofiel (arbeidsmatige dagbesteding, arbeid of vervolgopleiding MBO-1), dat realistisch is voor de leerling. Dit IOP wordt twee keer per jaar door de groepsleerkracht besproken met ouders en leerling, en vervolgens ter ondertekening aangeboden. Deze gesprekken vinden plaats in juni - bespreking van leerdoelen voor nieuwe schooljaar - en in februari met een evaluatie over de gestelde doelen.
Leerstof
De leerstof van de leerroutes verschilt natuurlijk sterk van elkaar. In de onderbouw wordt er doorgewerkt met de leerlijnen vanuit de basisschool (lezen, taal, rekenen, wereldoriëntatie, Engels en ICT). Hierbij wordt in eerste instantie aangesloten bij waar een leerling bij het verlaten van de basisafdeling met werken gebleven is en later wordt er zo veel mogelijk gebruikt gemaakt van methodes die speciaal voor deze leerling zijn ontwikkeld.
Bij leerroute 1 is de belangrijkste theoretische leerstof ondergebracht in thema’s, omdat het werken met thema’s of belangstellingskernen heel goed aansluit bij deze leerlingen. Bij leerroute 2 wordt de vso arbeidsgerichte leerlijn gevolgd met de daartoe voorgeschreven vakken.
|


